COLLECTIEVE BONUS OF NIET-RECURRENTE RESULTAATGEBONDEN VOORDELEN : IZEO VRAAGT DAT HET STELSEL AANTREKKELIJKER EN TOEGANKELIJKER ZOU WORDEN VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN

Categorie: 
Stellingname van IZEO

De collectieve bonus of niet-recurrente resultaatgebonden voordelen kenden een nooit aflatend succes sinds hun invoering in 2008.

Concreet gaat het hier om voordelen die voortvloeien uit de collectieve resultaten van een onderneming, van een groep ondernemingen of van een welbepaalde groep arbeidskrachten, aan de hand van op voorhand bepaalde objectieve criteria. Het maximumbedrag hiervan werd in 2018 vastgelegd op € 3.318 bruto per werknemer. De collectieve bonus die deze voorwaarden naleeft, is totaal van belastingen vrijgesteld. Wel wordt hij onderworpen aan de werknemersbijdragen voor de sociale zekerheid (13,07%) en aan een patronale solidariteitsbijdrage ter hoogte van 33%. 

Het stelsel functioneert op een vrij logge manier, met indiening van een CAO of van een toetredingsakte (als de betrokken groep werknemers in de onderneming niet wordt vertegenwoordigd door een vakbondsafvaardiging). 

IZEO analyseerde de aangiften van werkgevers die hun beheer toevertrouwen aan het Sociaal Secretariaat Partena Professional. In 2017 zijn bestond een totaal van 418 bij Partena Professional aangesloten ondernemingen uit 61% KMO’s met minder dan 50 werknemers en zelfs 28% bedrijven met minder dan 10 werknemers. Dit getuigt van de belangstelling van KMO's voor een dergelijk systeem. 

Sinds de instelling van de tax shift en de vermindering van de RSZ werkgeversbijdragen is de collectieve bonus nu de duurste premie geworden voor werkgevers, met als gevolg een betrekkelijk verlies aan aantrekkelijkheid. Het is dus nodig om de sociale bijdragen aan te passen en het stelsel te vereenvoudigen.

Concreet vraagt IZEO:

  • Dat de patronale solidariteitsbijdrage van 33% op zijn minst zou worden herleid tot het nieuwe tarief van de RSZ werkgeversbijdragen dat van toepassing is op de vaste en variabele bezoldiging van loontrekkende werknemers, namelijk 25%; 
  • Dat het maximaal toegestane bedrag voor de collectieve bonus zou worden verhoogd ;
  • Dat de procedure die wordt voorzien voor de instelling van een collectieve bonus aanzienlijk zou worden vereenvoudigd en de termijnen ingekort voor de kleinere ondernemingen. Deze ondernemingen zouden de mogelijkheid moeten krijgen om de toetredingsakte via een digitaal platform in te dienen en de vergunningsprocedure toe te vertrouwen aan het bestuur, dat zich binnen een maximumtermijn van één maand zou moeten uitspreken, met de mogelijkheid, voor de ondernemingen, om in beroep te gaan bij de paritaire commissie in geval van weigering. 


Pierre-Philippe Grignard, secretaris-generaal van IZEO: “Wij zijn ervan overtuigd dat de collectieve bonus nog onvoldoende wordt gebruikt. Het is van fundamenteel belang dat de solidariteitsbijdrage hetzelfde tarief hanteert dan de huidige werkgeversbijdragen. Het stelsel moet drastisch worden gemoderniseerd.”