BTW op de honoraria van advocaten: misschien toch geen denderend idee

Categorie: 
Stellingname van IZEO

De feiten

Tijdens de begrotingscontrole van juni 2013 besliste de regering de advocaten aan de BTW te onderwerpen, een maatregel die in principe op 1 januari 2014 van kracht wordt. Tot nu toe waren de honoraria van advocaten niet BTW-plichtig, krachtens een door de BTW-richtlijn toegekende vrijstelling.

Volgens de voorspellingen van de regering zou de bruto budgettaire impact hiervan 160 miljoen euro bedragen, waarvan de helft door de afschaffing van een aan de Europese Unie uitgekeerde compensatie, en de andere 80 miljoen euro onder de vorm van BTW die advocaten gaan betalen.

Van deze bruto inkomsten moeten echter de nieuwe door de overheid gedragen kosten worden afgetrokken: de BTW dat de FOD Justitie op de uitgaven aan juridische bijstand zal betalen (78 miljoen euro in 2012) en de kost die het beheer en de controle van 16.000 nieuwe BTW-plichtigen voor de Staat zal inhouden …

Als verdediger van de zelfstandigen en vrije beroepen oordeelt IZEO dat deze maatregel verre van bevredigend is.

“Laten we eerst een misvatting aan de kaak stellen”, zegt IZEO bestuurder Alex Tallon, “want hierover doen de meest onwaarschijnlijke beweringen de ronde, onder andere dat advocaten eindelijk BTW gaan betalen, alsof ze dat nu niet deden! Advocaten hebben altijd BTW op hun investeringen en beroepskosten betaald. Wat nieuw is, is dat ze voortaan de BTW aan hun honoraria zullen toevoegen en logischerwijze de BTW op hun aankopen zullen aftrekken. Wie zal per slot van rekening meer betalen? De rechtzoekenden. Dit zijn burgers, zelfstandigen, ondernemingen en de overheid. Telkens zij een beroep zullen doen op een advocaat zullen zij dus 21% BTW op zijn honoraria moeten betalen”.

De gevolgen

Voor BTW-plichtige ondernemingen en zelfstandigen die deze belasting integraal mogen aftrekken, zal deze maatregel vaak pijnloos zijn. Dit zal echter niet het geval zijn voor de vele rechtzoekenden die niet BTW-plichtig zijn en die de aan hun leveranciers uitbetaalde BTW niet kunnen recupereren:

  • Particulieren
  • Niet BTW-plichtige zelfstandigen (de medische beroepen)
  • De vrijgestelde vzw's
  • De non-profitsector
  • De overheidssector

Al deze spelers betalen binnenkort 21% meer aan BTW.

Voor de meest behoevenden, die een beroep kunnen doen op juridische bijstand (Pro Deo), valt deze kost ten laste van de FOD Justitie. De overheidsdienst zal hierdoor naar schatting 20 miljoen euro meer moeten betalen. “De budgettaire efficiëntie van deze maatregelen brokkelt hierdoor flink af”,  stelt Alex Tallon vast, “des te meer omdat de onfatsoenlijke honoraria die de Staat uitbetaalt aan advocaten die Pro Deo dossiers opvolgen – ongeveer 10 € per uur – niet langer aanvaardbaar zijn; deze bezoldiging zal op korte termijn absoluut moeten worden verhoogd!”

De grote meerderheid van de particulieren die een beroep doen op een advocaat voor burgerrechtelijke of strafrechtelijke zaken zal dus 21% duurdere honoraria betalen. Deze meerprijs is voor burgers en gezinnen bijzonder zwaar en het risico bestaat dat Justitie hierdoor voor heel wat mensen minder toegankelijk wordt.

Als indirect gevolg kunnen ook verzekeringspremies voor dekkingen als ‘Rechtsbijstand’ en klassieke polissen ‘BA Auto’, ‘Brand’ of ‘BA Gezin’ die rechtsbijstand voorzien, binnenkort duurder worden.

De vragen:

Als deze maatregel wordt behouden, dienen volgens IZEO heel wat vragen – rekening houdend met de concrete impact op advocaten – te worden bekeken.

  1. Veel advocaten zouden met cashflow problemen kunnen kampen, moest de BTW op het tijdstip van de facturatie van de honoraria en niet na de effectieve inning van de bedragen betaalbaar zijn. Onbetaalde honoraria zijn namelijk schering en inslag en veel klanten vragen een spreiding van de betaling. Men kan de advocaat niet vragen de BTW voor te schieten op honoraria die soms zeer laat of zelfs nooit worden betaald.
  1. Wat gebeurt er met de BTW op de diensten die in het raam van de juridische bijstand worden verleend? In dat geval betaalt de Staat, maar meer dan een jaar na de uitvoering van de diensten! Wanneer moet de advocaat de BTW hierop betalen?
  1. Wat is voorzien voor jonge advocaten die stage lopen? Hun basisbezoldiging is beperkt en ze rekenen slechts zeer geringe honoraria aan. Zullen ze een vrijstelling van BTW kunnen genieten, waarvan het maximumbedrag trouwens binnenkort zou moeten worden verhoogd? IZEO stelt zeer duidelijk dat ze deze formule moeten kunnen genieten, als ze het verkiezen!
  1. Heeft men de impact op het boekhoudkundig beheer van een advocatenbureau wel voldoende geschat? Niets is minder zeker en het zou best kunnen dat bepaalde oudere advocaten beslissen hun carrière stop te zetten om dit complexer beheer niet te moeten ondergaan!
  1. Wat gebeurt er in de overgangsperiode? Voorbeeld: een dossier dat in 2013 met provisies wordt geopend en in 2014 afgerond; op welk deel van de honoraria moet BTW worden betaald?

De eisen van IZEO

“Als deze maatregel onvermijdelijk is - quod non, zouden advocaten zeggen - dan tenminste op een evenwichtige manier”, zegt Alex Tallon met klem.

“Dit evenwicht zal pas mogelijk zijn als

  1. de bezoldiging voor juridische bijstand eindelijk een aanvaardbaar minimum bereikt en binnen een redelijke termijn wordt uitbetaald
  2. de BTW betaalbaar wordt wanneer de betaling van de honoraria wordt geïnd, en niet op het ogenblik van de dienstverlening of de facturatie
  3. de advocaten de zgn. ‘historische’ BTW op hun nog niet afgeschreven investeringen kunnen aftrekken en deze terugbetalingen zonder enige vorm van spreiding in de tijd kunnen ontvangen.”

Voor het overige vraagt IZEO zich af of de regering voldoende de mogelijkheid van een verschillend BTW-tarief heeft onderzocht, naargelang de rechtzoekende zelf al dan niet BTW-plichtig is. Men zou een onderscheid kunnen maken tussen ‘B2C’ en ‘B2B’, met een BTW die voor particulieren tot 6% zou worden beperkt. Deze denkpiste moet in detail worden onderzocht. Toegang tot Justitie verdient als één van de fundamentele rechten van de mens te worden beschouwd.